Add parallel Print Page Options

Bildad

18 Tada je odgovorio Bildad iz Šuaha:

»Kada ćeš prestati tako govoriti?
    Urazumi se, pa da razgovaramo.
Zašto nas smatraš stokom?
    Zašto smo glupi u tvojim očima?
Ti, koji se razdireš od gnjeva,
    zar hoćeš da zemlja opusti zbog tebe,
    da se planina pomakne s mjesta?

Gasi se svjetlost zlog čovjeka,
    ne svijetli više plamen njegove vatre.
Mrači se svjetlo u njegovom šatoru,
    nad njim se gasi svjetiljka.
Nestaje žustrina njegovog koraka,
    o vlastite se spletke spotiče.
Noge ga vode u mrežu,
    upada u skrivenu jamu.
Zamka ga lovi za petu,
    klopka ga čvrsto steže.
10 Vreba ga omča skrivena na zemlji,
    zamka leži na njegovoj stazi.
11 Užas ga spopada sa svih strana
    i u stopu ga prati.
12 Nedaća za njim gladuje,
    nesreća samo čeka da posrne.
13 Zaraza mu izjeda kožu,
    smrtna bolest proždire mu udove.
14 Izvlače ga iz njegovog šatora
    i odvode pred kralja užasa.
15 U njegovom domu samo strava ostaje,
    gorući sumpor pada mu po šatoru.
16 Dolje mu se suši korijenje,
    a gore mu venu grane.
17 Spomen na njega nestaje sa zemlje,
    ime mu se ne spominje na ulici.
18 Iz svjetlosti ga tjeraju u tamu
    i izgone ga iz ovog svijeta.
19 U svom narodu nema potomaka,
    nikog preživjelog tamo gdje je boravio.
20 Zapadnjaci se groze njegove sudbine,
    istočnjake užas spopada.
21 Da, takvo je boravište bezbožnog čovjeka
    i mjesto onoga koji ne poznaje Boga.«

'Knjiga o Jobu 18 ' not found for the version: Hrvatski Novi Zavjet – Rijeka 2001.

Het antwoord van Bildad

18 Opnieuw antwoordde Bildad:

‘Hoe lang wil je dit woordenspel nog volhouden? Spreek toch eens verstandig als je wilt dat wij antwoord geven!
Beschouw je ons soms als vee dat te stom is om te kunnen praten en denken?
Denk je dat de aarde beeft, omdat jij jezelf verscheurt in je toorn? Moet voor jou de wereld veranderd worden, moeten de bergen voor jou opzij gaan?
Toch blijft het waar dat de goddelozen snel aan hun einde komen en dat hun licht wordt gedoofd en hun vlam geblust.
In elk huis waar de goddeloosheid heerst, zal het donker worden.
De zelfbewuste stap van de goddeloze mens verslapt en hij zal het slachtoffer worden van zijn eigen plannen.
8,9 Hij trapt in de val en zit muurvast. Rovers overvallen hem.
10 Op elk pad dat hij kiest, ligt een valstrik voor hem klaar.
11 Hij heeft een goede reden om bang te zijn, talloze gevaren liggen overal op de loer.
12 Rampen overvallen hem wanneer hij zwak is.
13 Het onheil vreet aan zijn huid, de dood zal hem verslinden.
14 Hij zal uit zijn veilige huis worden weggesleurd en weggevoerd naar de koning der verschrikkingen.
15 Zijn huis zal verdwijnen onder een vurige laag zwavel.
16 Zijn wortels drogen op in de grond en zijn takken sterven af.
17 Elke herinnering aan zijn aardse bestaan zal verdwijnen, niemand van zijn landgenoten zal zich hem herinneren.
18 Hij zal vanuit het licht de duisternis worden ingedreven en uit de wereld worden weggejaagd.
19 Hij heeft geen kinderen, geen afstammelingen onder zijn volk, geen enkele overlevende op de plaats waar hij eens woonde.
20 Uit alle streken zullen zij beven van angst als zij zien welk lot hem treft.
21 Ja, dat gebeurt met zondaars, met mensen die God de rug toekeren!’

'Knjiga o Jobu 18 ' not found for the version: Knijga O Kristu.