Add parallel Print Page Options

Wijsheid gaat boven rijkdom

Een goede reputatie is beter dan het duurste parfum. De dag waarop iemand sterft, is beter dan de dag van zijn geboorte. Het is beter uw tijd te besteden aan begrafenissen dan aan feesten. Want ook u zult eens sterven en het is goed daaraan te denken nu u er nog de tijd voor hebt. Verdriet is beter dan blijdschap, want verdriet is beter voor je ziel. Een wijs mens denkt vaak aan de dood, terwijl een dwaas zich alleen maar zorgen maakt over de vraag hoe hij dit moment het prettigste kan doorbrengen. Het is beter kritiek te krijgen van een wijs man dan lof te ontvangen van een dwaas. Want het compliment van een dwaas is net zo snel verdwenen als een stuk papier in het vuur en het is dom daarvan onder de indruk te raken. De wijze man wordt een dwaas als hij zich laat omkopen, het ondermijnt zijn inzicht.

Iets afmaken is beter dan met iets beginnen. Geduld is beter dan trots. Erger je niet, want ergernis is iets voor dwazen. 10 Vraag niet waarom het vroeger beter was dan nu, zoʼn vraag getuigt niet van wijsheid. 11 Wijsheid en bezit zijn goede zaken in het leven. 12 Zowel met wijsheid als met geld kunt u veel bereiken, maar wijsheid stelt u in staat in leven te blijven. 13 Kijk eens hoe God te werk gaat en probeer niet zijn werk te veranderen: niemand kan recht maken wat Hij gebogen heeft. 14 Geniet van de voorspoed zoveel u kunt en als er moeilijker tijden aanbreken, bedenk dan dat God zowel het een als het ander geeft. Wij weten niet hoe de toekomst zal zijn.

15 In dit zinloze leven heb ik alles gezien wat er te zien valt, ook het feit dat goede mensen jong sterven en sommige slechte mensen heel oud worden. 16 Wees daarom niet al te goed en niet al te wijs. Waarom zou u zichzelf vernietigen? 17 Aan de andere kant moet u ook niet al te slecht zijn, wees geen dwaas. Waarom zou u sterven voor het uw tijd is? 18 Voor wie ontzag voor God heeft, is het het beste de middenweg te kiezen tussen verstandig en dwaas zijn. 19 Een wijs man is sterker dan de bestuurders van tien grote steden. 20 Nergens op aarde is een mens te vinden die altijd het goede doet en nooit zondigt. 21 Luister geen gesprekken af. U zou wel eens kunnen horen dat uw dienaar u verwenst. 22 U weet toch hoe vaak u zelf anderen verwenst!

23 Ik heb mijn best gedaan wijs te zijn. Ik verklaarde: ‘Ik zál wijs zijn,’ maar het hielp niet. 24 Wijsheid ligt te ver weg en is moeilijk te vinden. 25 Ik zocht overal, vastbesloten de wijsheid en de reden voor alle gebeurtenissen te vinden en mijzelf te bewijzen dat zonde dwaasheid is en dat dwaasheid gelijk staat aan waanzin. 26 Ik ontdekte iets dat bitterder is dan de dood: een vrouw die tot ontucht wil verleiden, zij is een valstrik en een vangnet. Wie met God leeft, ontsnapt daaraan, maar zondaars raken in haar web verstrikt.

27 Dit is mijn conclusie, zegt de Prediker, stap voor stap bereikte ik dit resultaat, na in elke richting te hebben gezocht: 28 één op de duizend mensen met wie ik sprak, kan als wijs worden beschouwd. Onder hen bevond zich echter geen enkele vrouw. 29 En ik kwam erachter dat God de mens eenvoudig heeft gemaakt en dat de mens zelf allerlei ingewikkelde dingen bedenkt.

The Contrast of Wisdom and Folly

(A)A good name is better than precious ointment,
    and (B)the day of death than the day of birth.
It is better to go to the house of mourning
    than to go to the house of feasting,
for this is the end of all mankind,
    and the living will (C)lay it to heart.
Sorrow is better than laughter,
    (D)for by sadness of face the heart is made glad.
The heart of the wise is in the house of mourning,
    but the heart of fools is in the house of mirth.
It is (E)better for a man to hear the rebuke of the wise
    than to hear the song of fools.
(F)For as the crackling of (G)thorns under a pot,
    so is the laughter of the fools;
    this also is vanity.[a]
Surely (H)oppression drives the wise into madness,
    and (I)a bribe corrupts the heart.
Better is the end of a thing than its beginning,
    and (J)the patient in spirit is better than the proud in spirit.
(K)Be not quick in your spirit to become angry,
    (L)for anger lodges in the heart[b] of fools.
10 Say not, “Why were the former days better than these?”
    For it is not from wisdom that you ask this.
11 Wisdom is good with an inheritance,
    an advantage to those who (M)see the sun.
12 For the protection of wisdom is like (N)the protection of money,
    and the advantage of knowledge is that (O)wisdom preserves the life of him who has it.
13 Consider (P)the work of God:
    (Q)who can make straight what he has made crooked?

14 (R)In the day of prosperity be joyful, and in the day of adversity consider: God has made the one as well as the other, (S)so that man may not find out anything that will be after him.

15 In my (T)vain[c] life I have seen everything. There is (U)a righteous man who perishes in his righteousness, and there is a wicked man who (V)prolongs his life in his evildoing. 16 Be not overly righteous, and do not (W)make yourself too wise. Why should you destroy yourself? 17 Be not overly wicked, neither be a fool. (X)Why should you die before your time? 18 It is good that you should take hold of (Y)this, and from (Z)that (AA)withhold not your hand, for the one who fears God shall come out from both of them.

19 (AB)Wisdom gives strength to the wise man more than ten rulers who are in a city.

20 Surely (AC)there is not a righteous man on earth who does good and never sins.

21 Do not take to heart all the things that people say, lest you hear (AD)your servant cursing you. 22 Your heart knows that (AE)many times you yourself have cursed others.

23 All this I have tested by wisdom. (AF)I said, “I will be wise,” but it was far from me. 24 That which has been is far off, and (AG)deep, very deep; (AH)who can find it out?

25 (AI)I turned my heart to know and to search out and to seek wisdom and the scheme of things, and to know the wickedness of folly and the foolishness that is madness. 26 And I find something more (AJ)bitter than death: (AK)the woman whose heart is (AL)snares and nets, and whose hands are fetters. He who pleases God escapes her, but (AM)the sinner is taken by her. 27 Behold, this is what I found, says (AN)the Preacher, while adding one thing to another to find the scheme of things— 28 which my soul has sought repeatedly, but I have not found. (AO)One man among a thousand I found, but (AP)a woman among all these I have not found. 29 See, this alone I found, that (AQ)God made man upright, but (AR)they have sought out many schemes.

Footnotes

  1. Ecclesiastes 7:6 The Hebrew term hebel can refer to a “vapor” or “mere breath” (see note on 1:2)
  2. Ecclesiastes 7:9 Hebrew in the bosom
  3. Ecclesiastes 7:15 The Hebrew term hebel can refer to a “vapor” or “mere breath” (see note on 1:2)