A A A A A
Bible Book List

Nehemia 5Het Boek (HTB)

Toen begonnen enkele mannen, gesteund door hun vrouwen, luid te protesteren tegen enige rijke Joden die hen uitbuitten.

Sommigen hadden namelijk niet genoeg voedsel voor hun kinderen.

Anderen hadden hun akkers, wijngaarden of huizen moeten verpanden om aan geld voor voedsel te komen.

Weer anderen hadden geld moeten lenen om belasting over hun akkers en wijngaarden te kunnen betalen.

"Wij zijn toch hun broeders en onze kinderen zijn even goed als die van hen", protesteerden zij. "Maar wij moeten onze kinderen als slaaf verkopen om aan geld te komen. We hebben zelfs al enkele dochters verkocht. Maar we kunnen hen niet terugkopen, want onze akkers en wijngaarden zijn ook aan die lui verpand."

6-7 Ik werd erg boos toen ik dit hoorde. Nadat ik alles goed had overdacht, ging ik naar die rijke regeringsfunctionarissen om hen terecht te wijzen. "Wat zijn dat voor een woekerpraktijken?" vroeg ik. "Hoe d-rft u rente te vragen van uw volksgenoten?" Ik liet de zaak in het openbaar voorkomen en

tijdens de rechtzitting riep ik hen toe: "Wij hebben zoveel wij konden onze Joodse broeders die aan heidense volken verkocht waren, losgekocht. Maar nu dwingt u hen opnieuw slaaf te worden. Hoe vaak moeten wij hen nog loskopen?" De beklaagden wisten niets tot hun verdediging te zeggen.

Toen vervolgde ik: "Wat u doet, is niet goed. U moet eerbied hebben voor God. Wat zullen onze heidense vijanden van ons zeggen?

10 Ook wij, mijn broeders en ik, hebben deze mensen geld en voedsel geleend. Laten wij hun die schuld kwijtschelden.

11 Geef hun vandaag nog hun akkers, wijngaarden, olijfbomen en huizen terug. En zie af van betaling van rente over geleend geld, koren, nieuwe wijn of olijfolie."

12 De beklaagden stemden toe: "Wij zullen doen wat u zegt. We beloven dat wij alles zullen teruggeven en geen geld of goederen meer zullen vorderen." Toen ontbood ik de priesters en liet die mannen zweren dat zij hun beloften zouden nakomen.

13 Ik vervloekte ieder die weigerde te gehoorzamen. (A) "God zal uw huis en bezittingen vernietigen als u zich niet aan uw belofte houdt", zwoer ik. Het hele volk riep "Amen" en loofde de HERE. En de rijke mensen hielden zich aan hun woord.

14 Ik zou verder willen vermelden dat ik twaalf jaar gouverneur van Juda ben geweest. Mijn ambtsperiode liep van het twintigste tot het tweeëndertigste regeringsjaar van koning Arthahsasta. En al die tijd accepteerden mijn assistenten en ik geen enkele vorm van salaris van het volk Israël!

15 Degenen echter die vccr mij gouverneur waren, legden het volk zware lasten op. Zij eisten dagelijks voedsel en wijn en een bedrag aan geld ter waarde van bijna een halve kilo zilver. Zelfs hun dienaren gedroegen zich als heer en meester over het volk. Maar uit eerbied voor en gehoorzaamheid aan God heb ik zoiets nooit gedaan.

16 Ik werkte eveneens aan de herbouw van de stadsmuur zonder er rijker van te worden. Ook van mijn dienaren verlangde ik dat zij de handen uit de mouwen staken.

17 En dat terwijl ik regelmatig 150 Joodse leiders te eten had, naast alle bezoekers uit de ons omringende landen!

18 Elke dag waren één rund, zes vette schapen en allerlei gevogelte nodig voor de maaltijd. Elke tien dagen moest mijn uitgebreide voorraad wijn worden aangevuld. Toch weigerde ik (al was ik gouverneur) van het volk een bijdrage te vragen, want het maakte al een moeilijke tijd door.

19 O mijn God, vergeet niet wat ik allemaal voor dit volk heb gedaan en zegen mij ervoor.

Het Boek (HTB)

Het Boek Copyright © 1979, 1988, 2007 by Biblica, Inc.®
Used by permission. All rights reserved worldwide.

  Back

1 of 1

You'll get this book and many others when you join Bible Gateway Plus. Learn more

Viewing of
Cross references
Footnotes