A A A A A
Bible Book List

Job 1Het Boek (HTB)

In het land Uz leefde een oprecht en vroom man, Job. Hij had ontzag voor God en hield zich afzijdig van het kwaad.

2-3 Hij had een groot gezin met zeven zonen en drie dochters. Hij bezat 7000 schapen, 3000 kamelen, 500 span ossen, 200 ezelinnen en een groot aantal dienaren. Hij was de rijkste man in de hele omgeving.

Om de beurt hielden Jobs zonen een feest en nodigden dan hun drie zusters uit. Bij dergelijke gelegenheden hielden zij uitbundige feestmaaltijden.

Na afloop van die feesten (en soms duurden deze enkele dagen) riep Job zijn kinderen altijd bij zich en heiligde hen. Daarvoor stond hij vroeg op en bracht voor ieder van hen een brandoffer. Hij deed dat met de overweging: "Misschien hebben mijn zonen gezondigd en hebben zij in hun hart God verlaten." Dit was een vaste gewoonte van Job.

Op een dag, toen de engelen (A) zoals gewoonlijk voor de HERE verschenen, kwam ook satan, Gods tegenstander, met hen mee.

"Waar komt u vandaan?" vroeg de HERE aan satan. Deze antwoordde: "Ik heb een tocht gemaakt over de aarde."

De HERE vervolgde: "Hebt u ook mijn dienaar Job gezien? Hij is de beste man op aarde; zoals hij is er niemand anders, een eerlijk en vroom man die ontzag heeft voor God en met het kwaad niets te maken wil hebben."

"Waarom zou hij ook, nu U hem zo goed beloont?" antwoordde satan sarcastisch.

10 "U hebt hem, zijn huis en zijn bezit altijd beschermd tegen mogelijk onheil. Bij alles wat hij doet, hebt U hem voorspoed gegeven; kijk maar eens hoeveel vee hij heeft. Geen wonder dat hij zo trouw is.

11 Maar neem hem zijn rijkdom maar eens af, dan zult U zien dat hij U midden in Uw gezicht vervloekt!"

12-13 De HERE ging op die uitdaging in en zei tegen satan: "U mag met zijn rijkdom doen wat u wilt, maar denk eraan, raak hem met geen vinger aan." Satan ging weg en niet lang daarna, terwijl Jobs zonen en dochters met elkaar de maaltijd gebruikten in het huis van hun oudste broer, sloeg het onheil toe.

14 Een hijgende boodschapper bracht Job het nieuws:

15 "Uw ossen waren aan het ploegen, terwijl de ezels naast hen stonden te grazen. Toen vielen de Sabeeërs ons aan; zij namen de dieren mee en doodden alle knechten, behalve mij! Ik ben de enige die het heeft overleefd."

16 Hij was nog niet uitgesproken of daar kwam nog een boodschapper. Die vertelde: "Het vuur van God is uit de hemel naar beneden gevallen en heeft al uw schapen en de herders verbrand! Ik ben de enige, die in leven is gebleven."

17 Ook hij werd onderbroken door een andere onheilsbode: "Drie groepen Chaldeeën hebben uw kamelen gestolen en uw dienaren gedood! Ik ben de enige die het kan navertellen."

18 Weer kreeg de boodschapper geen tijd om uit te spreken, want de volgende kwam binnenrennen met de boodschap: "Uw zonen en dochters zaten aan een feestmaaltijd in het huis van hun oudste broer.

19 Toen stortte plotseling een vreselijk harde woestijnwind zich op het huis. Het dak van het huis stortte in en heeft hen allen gedood! Ik was de enige die kon ontsnappen om het u te vertellen."

20 Job stond op, scheurde zijn kleren als teken van zijn vreselijke verdriet en viel op de grond neer.

21 "Naakt werd ik geboren", zei hij, "en ik zal net zo naakt zijn wanneer ik sterf. De HERE gaf mij alles wat ik bezat, Hij heeft het mij nu weer afgenomen. Gezegend is de naam van de HERE."

22 Het kwam niet bij Job op onder deze omstandigheden te zondigen of God de schuld te geven.

Het Boek (HTB)

Het Boek Copyright © 1979, 1988, 2007 by Biblica, Inc.®
Used by permission. All rights reserved worldwide.

  Back

1 of 1

You'll get this book and many others when you join Bible Gateway Plus. Learn more

Viewing of
Cross references
Footnotes