A A A A A
Bible Book List

Jeremia 31Het Boek (HTB)

31 In die tijd, zegt de HERE, zullen alle stammen van Israël Mij erkennen als de HERE; zij zullen zich als mijn volk gedragen.

Ik zal voor hen zorgen, zoals Ik zorgde voor hen die uit Egypte kwamen, aan wie Ik mijn genade toonde in de woestijn, toen Israël wanhopig behoefte had aan rust.

Want lang voor die tijd heeft de HERE tegen Israël gezegd: Mijn volk, Ik heb van u gehouden met een eeuwigdurende liefde; liefdevol heb Ik u naar Mij toegetrokken.

Ik zal uw volk herstellen, maagd van Israël. U zult opnieuw gelukkig zijn en weer dansen op het ritme van de tamboerijnen.

U zult weer wijngaarden planten op de berghellingen van Samaria en met voldoening de opbrengst van uw eigen tuinen eten.

Er zal een dag komen dat de wachters op de heuvels van Israël zullen roepen: "Sta op, laten we naar Sion gaan, naar de HERE, onze God."

Want de HERE zegt: Zing blij over alles wat Ik voor Israël zal doen; jubel, prijs de HERE en zeg: "Voor het grootste van alle volken!" Schreeuw het van de daken: "De HERE heeft Zijn volk, de restanten van Israël, gered."

Want Ik zal hen terugbrengen vanuit het noorden en uit de verste hoeken van de aarde, zonder iemand te vergeten. Lammen en blinden zullen terugkomen; jonge moeders met hun kleine kinderen; vrouwen die op het punt staan te bevallen. Het zal een grote menigte zijn, die terugkeert.

Vreugdetranen zullen hen langs de wangen lopen en zij zullen tot Mij bidden wanneer Ik hen naar huis leid. Zij zullen langs rustige beken trekken, zonder te struikelen. Want Ik ben een vader voor Israël en Efraïm is mijn oudste zoon.

10 Luister naar deze boodschap van de HERE, volken van de wereld, en laat iedereen in verre landen het horen: De HERE, Die Zijn volk uiteenjoeg, haalt het weer bij elkaar en zal erop letten als een herder die zijn kudde bewaakt.

11 Hij zal de Israëlieten weer vrijmaken en verlossen uit de macht die hun te sterk was!

12 Zij zullen thuiskomen en vrolijke liederen zingen op de heuvels van Sion, verheugd over de goedheid van de HERE; de goede oogsten, de tarwe, de wijn en de olie, de pasgeboren kalveren en lammetjes. Hun leven zal zijn als een tuin met genoeg water en al hun problemen zullen voorbij zijn.

13 De jonge meisjes zullen dansen van blijdschap en ook de mannen, oud en jong, zullen delen in de feestvreugde. Want Ik zal hun rouw veranderen in vreugde, Ik zal hen troosten en blij maken, want de gevangenschap met al zijn ellende zal achter de rug zijn.

14 Ik zal de priesters plezier doen met een overvloed van offers, die in de tempel bij hen worden gebracht; Ik zal mijn volk verzadigen met mijn overvloed, zegt de HERE.

15 De HERE sprak opnieuw tegen mij en zei: In Rama wordt bitter gejammerd; Rachel (A) huilt om haar kinderen en wil zich niet laten troosten, want er is er niet één meer over.

16 Maar de HERE zegt: Huil niet langer, Ik heb uw gebeden gehoord en u zult ze terugzien; zij zullen bij u terugkomen uit het verre land van de vijand.

17 Uw toekomst ziet er hoopvol uit, zegt de HERE, want uw kinderen zullen terugkeren naar hun eigen land.

18 Ik heb Israëls klachten gehoord: "U hebt mij hard gestraft, maar dat was nodig. Want ik was een koppig kalf, dat moest wennen aan het juk. Keer mijn hart naar U toe, opdat ik weer tot U zal terugkeren, want U alleen bent de HERE, mijn God.

19 Ik ben van U afgedwaald, maar kreeg daar al snel berouw over. Ik kan mijzelf wel slaan om mijn domheid. Ik schaam mij diep voor wat ik in mijn jeugd heb misdaan."

20 De HERE antwoordt: Israël is nog steeds mijn zoon, mijn liefste kind. Ik moest hem vaak straffen, maar Ik houd nog steeds van hem. Ik verlang naar hem en zal genadig voor hem zijn.

21 Als u in ballingschap wordt weggevoerd, zet dan tekens langs de weg, die in de richting van Israël wijzen. Markeer uw weg goed. Want u zult weer terugkeren naar uw steden, Israël.

22 Hoe lang zult u nog aarzelen, afvallige dochter? Want de HERE zal iets nieuws en onbekends laten gebeuren; Israël zal uit zichzelf de HERE zoeken! (B)

23 De HERE van de hemelse legers, de God van Israël, zegt: Als Ik hen weer terugbreng, zal men in Juda en haar steden zeggen: "De HERE zegene u, centrum van rechtvaardigheid, heilige heuvel!"

24 Stedelingen, boeren en herders zullen voor altijd in vrede en blijdschap samenleven.

25 Ik zal de vermoeiden rust en de bedroefden blijdschap geven.

26 Toen werd ik, Jeremia, wakker. Wat genoot ik van zo'n slaap!

27 De HERE zegt: Er komt een tijd dat Ik het aantal inwoners en de veestapel hier in Israël enorm zal laten groeien.

28 In het verleden deed Ik moeite dit volk te verwoesten en uit te roeien, maar nu zal Ik het weer zorgvuldig opbouwen.

29 De mensen zullen niet langer het gezegde 'kinderen betalen voor hun vaders zonden' gebruiken,

30 want iedereen zal voor zijn eigen zonden sterven; ieder moet voor zijn eigen zonden boeten.

31 Er komt een dag, zegt de HERE, dat Ik een nieuw verbond met de mensen van Juda en Israël zal sluiten.

32 Het zal niet hetzelfde verbond zijn, dat Ik met hun voorouders sloot toen Ik die uit Egypte leidde. Dat verbond hebben zij toen verbroken, hoewel Ik voor hen zorgde als een man voor zijn vrouw.

33 Maar dit is het nieuwe verbond, dat Ik dan met hen zal sluiten: Ik zal mijn wetten in hun harten graveren, zodat zij Mij willen eren; dan zal Ik werkelijk hun God zijn en zij zullen mijn volk zijn.

34 Dan hoeven zij elkaar niet meer te vertellen dat het goed is de HERE te kennen, want iedereen (klein en groot) zal Mij dan werkelijk kennen, zegt de HERE, Ik zal hun zonden vergeven en ze voor altijd vergeten.

35 De HERE, Die ons overdag het zonlicht en 's nachts het licht van maan en sterren geeft en Die de zee opzweept, zodat de golven beginnen te bulderen, (Zijn naam is HERE van de hemelse legers) zegt:

36 Net zo min als Ik van plan ben deze natuurwetten te veranderen, zal Ik ook mijn volk Israël niet verstoten!

37 De hemelen kunnen worden gemeten en de grondslagen van de aarde kunnen worden onderzocht, dan zal Ik er pas over denken hen voor altijd te verstoten vanwege hun zonden!

38-39 Want er komt een tijd, zegt de HERE, dat heel Jeruzalem voor de HERE zal zijn herbouwd. Vanaf de toren van Hananeël in het noordoosten van de stad tot aan de Hoekpoort in het noordwesten; en vanaf de Garebheuvel in het zuidwesten tot Goa in het zuidoosten.

40 De hele stad, ook het kerkhof, zal heilig zijn voor de HERE, evenals de velden die zich uitstrekken tot aan de Kidronbeek en vervolgens naar de Paardenpoort aan de oostkant van de stad. Deze stad zal nooit meer worden ingenomen of verwoest.

Het Boek (HTB)

Het Boek Copyright © 1979, 1988, 2007 by Biblica, Inc.®
Used by permission. All rights reserved worldwide.

  Back

1 of 1

You'll get this book and many others when you join Bible Gateway Plus. Learn more

Viewing of
Cross references
Footnotes