A A A A A
Bible Book List

Jeremia 3Het Boek (HTB)

De HERE zei tegen mij: "Als een man zijn vrouw verstoot en zij gaat bij hem weg en trouwt met een andere man, kan hij dan nog wel bij haar terugkeren? (A) Als zoiets veel zou voorkomen, zou het hele land ontheiligd worden. Maar u leeft als een prostituée en houdt er allerlei minnaars op na. Heeft het dan nog zin om te denken dat u ooit weer naar Mij terugkeert? zegt de HERE.

Is er één plaats in dit land waar u zich niet hebt laten misbruiken door overspel? U zit als een prostituée langs de kant van de weg op een klant te wachten! U zit alleen als een bedoeïen in de woestijn. U hebt het land verontreinigd met uw prostitutie en andere goddeloze daden.

Daarom bleven de lenteregens uit. Want u bent een prostituée en net zo brutaal.

4-5 En toch zegt u tegen Mij: 'Och vader, U bent altijd mijn vriend geweest. U kunt toch niet toornig blijven om zoiets onbelangrijks! Dat zult U toch wel vergeten?' Zo praat u, maar u gaat ondertussen gewoon door met zoveel mogelijk kwaad te doen."

De volgende boodschap van de HERE kreeg ik tijdens de regering van koning Josia: "Hebt u gezien hoe ontrouw Israël is? Als een prostituée die zich bij elke gelegenheid aan mannen geeft, aanbad Israël haar afgoden op elke heuvel en in de schaduw van elke boom.

Ik dacht dat zij op een goede dag naar Mij zou terugkeren en weer van Mij zou zijn, maar zij kwam niet terug. En haar trouweloze zuster Juda zag de voortdurende opstandigheid van Israël.

Toch schonk zij daar geen aandacht aan, ook al zag zij dat Ik het ontrouwe Israël verstootte. Maar nu heeft ook Juda Mij verlaten en zich aan anderen verkocht.

Lichtzinnig, zonder er verder bij na te denken, begon zij stenen en houten afgoden te vereren. Zo werd het land verontreinigd en ontheiligd.

10 Deze trouweloze zuster Juda keerde niet echt naar Mij terug, want haar 'berouw' was maar schijn", zegt de HERE God.

11 "Als het erop aankomt, is het ontrouwe Israël minder schuldig dan het bedrieglijke Juda!

12 Daarom moet u naar het noorden gaan en tegen Israël zeggen: Israël, mijn zondige volk, kom weer terug bij Mij, want Ik ben genadig; Ik zal niet altijd toornig op u blijven.

13 Zie uw schuld onder ogen; geef toe dat u opstandig was tegen de HERE, uw God, en overspel pleegde door onder elke boom afgoden te aanbidden; beken dat u weigerde Mij te volgen.

14 O zondige kinderen, kom tot inkeer, want Ik ben uw meester en zal u terugbrengen naar het land Israël; één uit elke stad en twee uit elk geslacht, waar u ook bent.

15 Ik zal u leiders naar mijn hart geven, die u zullen leiden met kennis en verstand.

16 Dan, als uw land opnieuw gevuld is met mensen, zegt de HERE, zult u niet langer verlangen naar die goede oude tijd, toen u de ark van Gods verbond in uw midden had. Niemand zal die tijd missen of eraan terugdenken en er zal ook geen nieuwe ark worden gemaakt,

17 want de HERE zal Zelf bij u zijn en de hele stad Jeruzalem zal bekendstaan als de 'Troon van de HERE' en alle volken zullen daar samenkomen om de naam van de HERE te loven. Zij zullen niet langer hun eigen zondige verlangens volgen.

18 In die tijd zullen de volken Israël en Juda gezamenlijk terugkeren uit de ballingschap naar het land dat Ik hun voorouders als een eeuwige erfenis gaf.

19 En Ik bedacht hoe heerlijk het zou zijn als Ik u als mijn eigen kinderen kon verzorgen. Ik was van plan u een deel van dit prachtige land (het mooiste ter wereld) te geven. Ik verlangde ernaar dat u Mij 'vader' zou noemen en Ik dacht dat u zich nooit meer van Mij zou afkeren.

20 Maar u hebt Mij bedrogen, Israël; u hebt zich gedragen als een ontrouwe vrouw, die haar man in de steek laat.

21 Vanaf de kale heuvels hoor Ik stemmen die huilend smeken. Het zijn de zonen van Israël, die de HERE de rug hebben toegekeerd en ver van Hem zijn afgedwaald.

22 O mijn opstandige kinderen, kom weer bij Mij terug, dan zal Ik u genezen van uw zonden. En zij zullen antwoorden: Ja, wij komen terug, want U bent de HERE, onze God.

23 Wij zijn het aanbidden van afgoden op de heuvels en het houden van feesten in de bergen moe. Het is allemaal erg tegengevallen. Alleen in de HERE, onze God, kan Israël haar hulp en heil vinden.

24 Sinds onze jeugd hebben wij gezien wat onze voorouders verspilden aan priesters en afgoden: runderen, schapen, zonen en dochters.

25 Wij knielen neer in schaamte en schande, want wij en onze voorouders hebben sinds onze jeugd tegen de HERE, onze God, gezondigd; wij hebben Hem niet gehoorzaamd."

Het Boek (HTB)

Het Boek Copyright © 1979, 1988, 2007 by Biblica, Inc.®
Used by permission. All rights reserved worldwide.

  Back

1 of 1

You'll get this book and many others when you join Bible Gateway Plus. Learn more

Viewing of
Cross references
Footnotes