2 Samuël 12:1-14
Het Boek
De profeet Nathan
12 1,2 Daarom stuurde de Here de profeet Nathan naar David om hem het volgende verhaal te vertellen: ‘Er woonden twee mannen in een stad. De ene was erg rijk en bezat grote kudden runderen en schapen. 3 De andere man was erg arm, hij had maar één lammetje kunnen kopen. Dat lam was samen met zijn kinderen opgegroeid. Het at met de pot mee en kreeg te drinken uit de beker van de arme man. Hij liet het dier op zijn schoot slapen en hield van het dier alsof het zijn dochtertje was. 4 Op een gegeven moment kreeg de rijke man een gast op bezoek. Maar in plaats dat hij een lam of rund uit zijn eigen kudde liet slachten om het de reiziger voor te zetten, nam hij het lam van de arme man, roosterde het en bood het zijn gast aan.’ 5 David was woedend. ‘Ik zweer bij de levende God,’ brieste hij, ‘dat iemand die zoiets doet, ter dood moet worden gebracht, 6 hij moet de arme man vier lammeren terugbetalen voor het lam dat hij stal en omdat hij geen medelijden toonde.’
7 Toen zei Nathan scherp tegen David: ‘U bent die rijke man! De Here, de God van Israël zegt: “Ik maakte u koning over Israël en redde u uit de handen van Saul. 8 Ik gaf u zijn paleis en zijn vrouwen en de koninkrijken Juda en Israël. En als dat nog niet genoeg was geweest, had Ik u wel nog veel meer gegeven. 9 Waarom hebt u de wetten van God dan veracht en deze vreselijke misdaad begaan? Want u hebt Uria vermoord en zijn vrouw gestolen. 10 Daarom zal moord van nu af aan een voortdurende bedreiging voor uw familie vormen, omdat u Mij hebt beledigd door Uria zijn vrouw af te nemen. 11 Ik zweer dat Ik uw eigen gezin tegen u in opstand zal laten komen, omdat u dit hebt gedaan. Ik zal uw vrouwen aan een andere man geven, die op klaarlichte dag met hen naar bed zal gaan. 12 U deed alles in het geheim, maar Ik zal u dit openlijk aandoen, voor de ogen van heel Israël.” ’
13 ‘Ik heb tegen de Here gezondigd,’ beleed David tegenover Nathan. Nathan antwoordde: ‘Ja, dat hebt u inderdaad, maar de Here heeft u deze zonde vergeven en u zult daarom niet sterven. 14 Maar u hebt de vijanden van de Here een goede aanleiding gegeven Hem te beledigen en zijn naam te misbruiken. Daarom zal uw zoon sterven.’
Read full chapter
2 Samuel 12:1-14
New International Version
Nathan Rebukes David(A)
12 The Lord sent Nathan(B) to David.(C) When he came to him,(D) he said, “There were two men in a certain town, one rich and the other poor. 2 The rich man had a very large number of sheep and cattle, 3 but the poor man had nothing except one little ewe lamb he had bought. He raised it, and it grew up with him and his children. It shared his food, drank from his cup and even slept in his arms. It was like a daughter to him.
4 “Now a traveler came to the rich man, but the rich man refrained from taking one of his own sheep or cattle to prepare a meal for the traveler who had come to him. Instead, he took the ewe lamb that belonged to the poor man and prepared it for the one who had come to him.”
5 David(E) burned with anger(F) against the man(G) and said to Nathan, “As surely as the Lord lives,(H) the man who did this must die! 6 He must pay for that lamb four times over,(I) because he did such a thing and had no pity.”
7 Then Nathan said to David, “You are the man!(J) This is what the Lord, the God of Israel, says: ‘I anointed(K) you(L) king over Israel, and I delivered you from the hand of Saul. 8 I gave your master’s house to you,(M) and your master’s wives into your arms. I gave you all Israel and Judah. And if all this had been too little, I would have given you even more. 9 Why did you despise(N) the word of the Lord by doing what is evil in his eyes? You struck down(O) Uriah(P) the Hittite with the sword and took his wife to be your own. You killed(Q) him with the sword of the Ammonites. 10 Now, therefore, the sword(R) will never depart from your house, because you despised me and took the wife of Uriah the Hittite to be your own.’
11 “This is what the Lord says: ‘Out of your own household(S) I am going to bring calamity on you.(T) Before your very eyes I will take your wives and give them to one who is close to you, and he will sleep with your wives in broad daylight.(U) 12 You did it in secret,(V) but I will do this thing in broad daylight(W) before all Israel.’”
13 Then David said to Nathan, “I have sinned(X) against the Lord.”
Nathan replied, “The Lord has taken away(Y) your sin.(Z) You are not going to die.(AA) 14 But because by doing this you have shown utter contempt for[a] the Lord,(AB) the son born to you will die.”
Footnotes
- 2 Samuel 12:14 An ancient Hebrew scribal tradition; Masoretic Text for the enemies of
Het Boek Copyright © 1979, 1988, 2007 by Biblica, Inc.®
Used by permission. All rights reserved worldwide.
Holy Bible, New International Version®, NIV® Copyright ©1973, 1978, 1984, 2011 by Biblica, Inc.® Used by permission. All rights reserved worldwide.
NIV Reverse Interlinear Bible: English to Hebrew and English to Greek. Copyright © 2019 by Zondervan.