A A A A A
Bible Book List

Galaten 4Het Boek (HTB)

1-2 Wat ik wil zeggen, kan ik het beste duidelijk maken met het voorbeeld van een vader, die sterft en zijn bezittingen aan zijn minderjarige zoon nalaat. Zolang het kind minderjarig is, is het niet beter af dan een slaaf. Al zijn alle bezittingen van hem, hij heeft er pas iets aan als hij meerderjarig is. Hij moet doen wat zijn voogden en de beheerders van de erfenis hem zeggen. Pas als hij de leeftijd heeft bereikt, die zijn vader in het testament heeft genoemd, mag hij met de erfenis doen wat hij zelf wil.

Zo was het ook met ons voordat Christus kwam. Wij waren slaven van allerlei wetten en gebruiken, want wij dachten dat die ons konden redden.

Maar toen de juiste tijd gekomen was, de tijd die God daarvoor had bepaald, stuurde God Zijn Zoon, Die als mens uit een Joodse moeder werd geboren en aan de Joodse wet onderworpen was.

Hij zou ons vrijkopen van die wet, zodat God ons als Zijn kinderen kon aannemen.

En omdat wij Zijn kinderen zijn, heeft God de Geest van Zijn Zoon in ons hart gegeven, zodat wij God echt kunnen aanspreken met 'Vader'.

U bent dus niet langer slaven, maar Gods eigen kinderen. Als Zijn kinderen hebt u recht op alles wat Hij bezit.

Toen u God nog niet kende, onderwierp u zich aan afgoden.

Maar hoe kunt u, nu u God hebt leren kennen (of, beter gezegd: nu God L kent), daar weer naar teruggaan? Wilt u soms weer slaven worden van de een of andere armzalige, krachteloze godsdienst?

10 U bepaalt uw aandacht bij dagen, maanden, seizoenen en jaren.

11 U mag wel weten dat ik mij zorgen maak om u. Ik ben bang dat alles wat ik voor u heb gedaan, voor niets geweest is.

12 Beste broeders, stelt u zich eens voor in mijn plaats, zoals ik mij in uw plaats heb gesteld. Niet dat u mij iets hebt aangedaan.

13 Want toen ik u voor het eerst iets over Jezus Christus vertelde, was ik lichamelijk erg zwak,

14 maar dat heeft u er niet van weerhouden mij welkom te heten als een boodschapper van God, ja, als Christus Jezus Zelf. Hoewel dat vast niet meeviel, hebt u niets laten merken van enige afkeer of iets dergelijks.

15 Wat is er over van de blijdschap en het geluk van toen? Ik moet zeggen dat u toen bijzonder op mij gesteld was. U zou bij wijze van spreken uw eigen ogen hebben uitgerukt om die aan mij te geven.

16 Ben ik, omdat ik u de waarheid heb gezegd, opeens uw vijand geworden?

17 De valse leraars, die zo graag bij u in de gunst willen komen, doen dat niet voor uw bestwil. Nee, zij proberen een wig tussen u en ons te drijven om u helemaal voor zichzelf te hebben.

18 Inspanning voor een goede zaak is natuurlijk prachtig. Maar u moet dat altijd doen, niet alleen als ik bij u ben.

19 Mijn kinderen, u doet mij echt weer verdriet. Ik voel dezelfde pijn als een vrouw die bevalt. Zo sterk is mijn verlangen dat Christus in u zichtbaar wordt.

20 Het liefst zou ik nu bij u zijn; dan zou ik u op een andere toon kunnen toespreken. Want ik weet eigenlijk niet wat ik met u aanmoet.

21 Luister, vrienden, u denkt nu wel dat u de Joodse wet moet gehoorzamen, maar probeer dan eens te ontdekken wat er precies in die wet staat.

22 Er staat namelijk in dat Abraham twee zonen had, één van zijn jonge slavin Hagar en één van zijn eigen, vrije vrouw Sara.

23 Dat Hagar een kind van Abraham kreeg, was een natuurlijke zaak. Maar Sara kreeg pas een kind nadat God het aan Abraham had beloofd.

24 Hieruit blijkt dat God twee keer een verbond met de mens heeft gesloten. Het ene op grond van een wet, het andere op grond van een belofte.

25 Het verbond van de wet werd gesloten op de berg Sinaï (of de 'berg Hagar' zoals de Arabieren zeggen). En de slavin Hagar is het symbool van het tegenwoordige Jeruzalem, de moederstad van de Joden. Haar kinderen leven allemaal onder de slavernij van de wet.

26 Maar onze moederstad is het hemelse Jeruzalem en zij is vrij; zij is geen slavin van de wet.

27 Dat bedoelde de profeet Jesaja ook toen hij zei: "Kinderloze vrouw, wees blij! Jubel het uit van vreugde, al hebt u geen kind gehad. Want Ik zal u veel kinderen geven, meer dan de slavin van uw man." (A)

28 Broeders, wij zijn net als Isaäk de kinderen die God aan Abraham heeft beloofd.

29 Zoals de zoon van de vrije vrouw vervolgd werd door de zoon van de slavin, worden nu de mensen die uit de Heilige Geest geboren zijn, vervolgd door hen die onder de slavernij van de wet leven.

30 Maar in de Boeken staat dat Abraham de slavin en haar zoon moest wegsturen, want de zoon van de slavin mocht de erfenis niet delen met de zoon van de vrije vrouw.

31 Nu, broeders, wij zijn geen kinderen van de slavin, die zich aan de wet moeten houden. Nee, wij zijn kinderen van de vrije vrouw.

Het Boek (HTB)

Het Boek Copyright © 1979, 1988, 2007 by Biblica, Inc.®
Used by permission. All rights reserved worldwide.

  Back

1 of 1

You'll get this book and many others when you join Bible Gateway Plus. Learn more

Viewing of
Cross references
Footnotes