A A A A A
Bible Book List

2 Corinthiër 2Het Boek (HTB)

"Nee", zei ik bij mijzelf, "ik zal hen niet weer ongelukkig maken door zo'n pijnlijk bezoek."

Als ik u bedroefd maak, wie zal mij dan blij maken? De enigen die dat kunnen doen, bent u. Maar dat gaat niet als ik u verdriet bezorg.

Ik heb u in mijn laatste brief een en ander geschreven met de bedoeling dat ik niet zal worden bedroefd door hen die mij juist grote blijdschap zouden moeten geven. Ik had de stellige overtuiging dat uw geluk afhangt van het mijne.

Ik vond het vreselijk die brief te schrijven! Mijn hart brak en ik huilde van verdriet. Ik wilde u helemaal geen pijn doen, maar ik wilde u wel laten weten hoeveel ik van u houd.

Besef goed dat de man over wie ik schreef, die al die problemen veroorzaakte, niet zozeer mij verdriet heeft gedaan, als wel u; hoewel ik mijn deel ook heb gehad.

Ik wil hem nu niet te hard vallen. Hij is door uw gezamenlijke afkeuring al genoeg gestraft.

Het is nu tijd om hem te vergeven en te bemoedigen. Anders wordt hij zo verbitterd en ontmoedigd dat hij er nooit meer bovenop komt.

Daarom vraag ik u hem te laten merken dat u nog altijd van hem houdt.

Ik heb die vorige brief ook geschreven om te zien hoe ver uw gehoorzaamheid aan mij zou gaan.

10 En nu, wanneer u iemand vergeeft, doe ik het ook. Als ik iemand iets vergeef (vooropgesteld dat ik iets te vergeven heb), doe ik dat als vertegenwoordiger van Christus, terwille van u. Anders zou satan wel eens voordeel op ons kunnen behalen;

11 wij kennen zijn streken maar al te goed.

12 Toen ik de stad Troas bereikte, gaf de Here mij een prachtige kans er het goede nieuws te brengen. Maar ik trof mijn broeder Titus daar niet aan en had geen rust. Ik vroeg me af waar hij kon zijn.

13 Daarom nam ik snel weer afscheid en ging direct naar Macedonië om hem te zoeken.

14 God zij dank, door Jezus Christus voert Hij ons mee in Zijn overwinning. Waar wij nu ook gaan, gebruikt Hij ons om Zich bekend te maken en het goede nieuws als een aangename geur te verspreiden.

15 Wij zijn voor God een aangename geur. Het is de geur van Christus voor mensen die gered worden èn voor mensen die niet gered worden.

16 Voor hen die niet gered worden, zijn wij een geur van dood en verderf; voor hen die wel gered worden, zijn wij een geur van Christus, Die leven geeft. Wie kan zo'n taak aan?

17 Wij doen dit werk in Christus met zuivere bedoelingen en niet zoals vele anderen, die Gods boodschap uitdragen om er zelf beter van te worden. Wij werken in opdracht van God en Hij ziet alles wat wij doen.

Het Boek (HTB)

Het Boek Copyright © 1979, 1988, 2007 by Biblica, Inc.®
Used by permission. All rights reserved worldwide.

  Back

1 of 1

You'll get this book and many others when you join Bible Gateway Plus. Learn more

Viewing of
Cross references
Footnotes